|
om opgenomen te kunnen worden in het chassis (monocoque) en de plaats van de krukas was gegeven. Ook moest er genoeg blokhoek zijn om ruimte te hebben voor ondermeer het grondeffect. Uit
betrouwbare bron hebben wij vernomen dat de Porsche ingenieurs een punthoofd kregen van de vele eisen en wijzigingen. Uiteindelijk werd de motor ingebouwd in de MP4/2-4 en had zijn racedebuut, jawel op ons eigen
circuit van Zandvoort. Vooral Niki Lauda (idool van Paul Veens) had er al heel veel testwerk mee verricht. In het begin had men veel problemen met de remmen en moesten maar liefst 150 meter eerder in de remmen op
het rechte eind en vooral de turbotraagheid in het begin gaf heel veel problemen. Maar uiteindelijk in 1984 was het dan zover: 12 races van de 13 werden gewonnen met deze motor in de Mclaren en Niki Lauda en
Alain Prost. Niki Lauda werd wereldkampioen. Dit werd in 1985 en 1986 herhaald Er werdenin totaal 24 Grand Prix gewonnen.
Nog enkele technische gegevens:
Op de proefstand had men al snel 900 pk. Vijfmaal gelagerde krukas, twee drijfstangen op een krukastap. Veel hing af van de uiteindelijke turbodruk. Hierdoor werden de enorme vermogens gerealiseerd. Eerste
gegevens: litervermogen 433 pk, koppel 430 Nm bij 9500 t/min, compressieverhouding 6,9:1, gemiddelde zuigersnelheid bij max. toerental 17,6 m/s, laderdruk 3.1 bar.
Vele varianten in compressieverhoudingen; o.a. 7,2:1, 7,8:1 en 8,0:1. De laderdruk ging van 3,3 naar 3,4, 3,8 en uiteindelijk naar 4,2 bar.
De opgegeven vermogens: 700 pk, 750 pk, 850 pk en zelfs op de proefstand meer dan 1000 pk uit 1499 cc. Een ongelofelijke prestatie!
|